zondag 1 mei 2011

Ik zie, ik zie wat jij niet ziet…

Toen ik een jaar of twaalf was, ging ik elke zondag naar de kerk met mijn moeder. Elke keer met mijn nette kleren en gepoetste schoenen. En elke week weer met de overtuiging: mijn schoenen zien er pico bello uit.

Op een zonnige ochtend was de kerkmis weer om elf uur afgelopen. Tijdens het klokkenluiden liepen mijn moeder en ik langzaam naar buiten. Het was erg druk bij de uitgang. De mensen stonden allemaal vlak bij elkaar. We schuifelden stap voor stap naar buiten. Vlak achter mijn rug hoorde ik een man met een kind praten. Zijn stem klonk vriendelijk en zacht.
“Kijk, Joris. Deze schoenen zijn niet zo nieuw. Als je goed kijkt, zie je dat ze versleten zijn.’’
Ik was verbaasd en een tikkeltje beschaamd toen ik dat hoorde. Ik had sterk het gevoel dat de man op mijn schoenen doelde. Toen ik buiten was, probeerde ik tijdens het lopen onopvallend naar mijn schoenen te kijken. Helaas…ik kon niets verkeerds vinden.

Na vijf minuten wandelen was ik thuis en ik deed mijn schoenen uit in mijn slaapkamer. Ik lag op mijn bed en ik hield mijn schoenen hoog in de lucht om hen aandachtig te bekijken. Op het eerste gezicht leek er niks mis te zijn. Het leer blonk en was mooi egaal bruin. Ik fronste mijn wenkbrauwen. Wat bedoelt hij toch, dacht ik. Toen ik mijn schoenen omdraaide, begreep ik wat de man bedoelde. De hakken waren erg scheefgelopen.

Als ik aan dit voorval terugdenk, besef ik dat de opmerkzaamheid van de man te maken heeft met een manier van kijken. Hij keek tijdens het lopen bijvoorbeeld naar beneden.
Zo zie je maar weer: goed kijken is een kunst.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen